x

X
TUSSEN DE TULPEN
X
In Holland doen ze het met koeien, in Canada met ijsberen en in Dubai, hoe kan het ook anders, met kamelen. Het globale recept is bij alle lokale voorkeuren steeds hetzelfde: laat een groot aantal van dezelfde blanco plastic beesten door kunstenaars beschilderen en verspreid ze over de stad. Maak er een competitie van, dan werken de kunstenaars zowat voor niets. En sluit het project af met een publieke veiling van alle kunstwerken, dan ben je uit de kosten en schiet er zelfs nog geld over voor een Goed Doel. Zo bracht de winnende kameel in Dubai, een geheel met spiegeltjes beplakt exemplaar, naar verluidt op de veiling een miljoen dollar op.
x
Zelf ben ik ook eens uitgenodigd om mee te doen aan zo’n koeienproject. Hoewel er in mijn beelden geregeld allerlei dieren optreden, had ik geen zin om gratis een voorgekauwd beest te gaan opleuken voor een toeristische promotie. Maar onwillekeurig kreeg ik toch een idee: de plastic koe omsmelten tot een grote koeienvlaai. Kost niks, snel klaar, to the point. Toch stom dat ik het plan niet heb ingediend; hopelijk komt er weer een kans.
x
Zodoende kijk ik steeds goed naar de opgesmukte beesten die hier en daar mijn pad kruisen. Tussen een totale aanvaarding van de opdracht, zoals bij de spiegelkameel, en een totale afwijzing ervan, zoals bij de koeienvlaai, zitten talloze mogelijkheden voor decoratieve interpretaties. Als daar talent doorheen schittert, probeer ik me voor te stellen wat de kunstenaar zou doen als hij zonder gegeven koe of kameel in de publieke ruimte aan de slag kon gaan. Zien we dan een sterk eigenwijs beeld of komt het juist door het spelen met de randvoorwaarden dat er een verrassing ontstaat? En wat zou het voor het stadsbeeld betekenen als we de randvoorwaarden eens uitwisselen: ijsberen naar Dubai, kamelen naar Vancouver (overdrachtelijk: community-art in de villawijk, sierfonteinen in het ghetto)?
x
In Istanbul doen ze het niet met beesten maar met tulpen. Door de hele stad kom je deze iconen tegen, in kleine groepjes meestal. Plastic tulpen van ongeveer twee meter hoog, delicaat beschilderd of beplakt met allerlei motieven, vaak ook voorzien van LED verlichting of ander elektronisch tuig. Het is allemaal heel kwetsbaar en toch staan ze er zonder enig toezicht ongeschonden bij in het helse gedrang van het verkeer. Kom daar eens om in Nederland, waar alle kunstkoeien bij elkaar moeten blijven, onder 24-uurs bewaking staan en toch nog worden vernield. Hebben ze in Istanbul dan meer respect voor kunst of zijn ze er domweg achteloos?
x
Zes jaar geleden heb ik in een voorstad van Istanbul een marmeren beeld gemaakt tijdens een sculptuurproject waaraan acht internationale beeldhouwers deelnamen. De beelden werden opgesteld langs de zeeboulevard waar elke avond een drukke markt werd gehouden. Onmiddellijk werden ze door de bevolking omarmd: overdag boden de kunstwerken schaduw en ’s avonds kon je er prima de marktwaar op uitstallen. Mijn beeld stond niet al te stevig, zonder doken in de grond; je zou het met weinig moeite gewoon vanaf de kade in zee kunnen kieperen, dus ik maakte me flink zorgen. Maar er werd me bezworen dat er niets zou gebeuren (dus ook niet vastzetten!) en inderdaad heeft het beeld drie jaar probleemloos op de kade gestaan totdat het zonder mijn medeweten naar het centrum van Istanbul werd verplaatst, naar het gebouw van Radio Istanbul. Daar kwam het bovenaan een trappartij voor de ingang terecht, nog steeds even wankel maar onder permanent politietoezicht (Radio Istanbul is een overheidszender; niemand luistert ernaar, maar het gebouw wordt uitstekend bewaakt). Ik vond het aan zee veel mooier staan, maar in ieder geval was het beeld nu veilig.
x
Begin mei van dit jaar was ik weer in Istanbul en “wie schetst mijn verbazing” toen ik op 100 meter afstand van mijn hotel in het drukste deel van Beyoğlu, mijn sculptuur weer zag staan, nu voor het gebouw van TRT televisie, op een parkeerplaats naast een trafohuisje. Ik heb geen idee hoe het beeld daar terecht is gekomen en of het nog eens behoorlijk wordt opgesteld. Intussen staat het daar zonder doken tussen de auto’s op een lichte helling en ik weet niet wie ik op het gevaar daarvan kan wijzen. Maar als ik dan overal de ongeschonden tulpenbeelden zie staan, die nog veel kwetsbaarder zijn, laat ik mijn beeld maar met een gerust hart zijn zwerftocht voortzetten.
x
Dit keer was ik in de stad omdat ik met videowerk aan twee tentoonstellingen meedeed. De ene was in IMC5533, een door de jonge kunstenaar Volcan Aslan (”Vulkaan de Leeuw”, toch een heel lieve man) gedreven projectruimte. Het IMC complex is een vroeger modern maar nu wat vervallen handelscentrum voor textielbedrijven waar je terecht kunt voor een ruime keus aan enkellange halal regenjassen en namaak Vuitton tassen. Midden tussen de tientallen regenjassenwinkeltjes bevindt zich op nummer 5533 een ruimte waar eigentijdse experimentele kunst wordt getoond; in de uiterste marge van de kunstwereld, maar wel bezocht door een nieuwsgierig winkelpubliek. Hier vond “On Produceability” plaats, een samenwerkingsproject van het Istanbulse kunstenaarsinitiatief Alti Aylik en het Düsseldorfse “nüans”. De bedoeling van het project was dat kunstenaars uit allerlei landen hun werk voor de tentoonstelling zouden laten uitvoeren door de ambachtelijke kleinbedrijven waaraan Istanbul zo rijk is. Het project werd gesteund door o.a. het Goethe Instituut en de British Art Council maar het Nederlandse Consulaat liet het afweten omdat het hier niet om typisch Nederlandse kunst ging en daar hadden ze gelijk in, want het ging inderdaad niet om beschilderde koeien.
x
In boomtown Istanbul zijn de laatste jaren tientallen kunstinitiatieven opgekomen in een golf die me doet denken aan de opkomst van het “alternatieve circuit” in Nederland in het begin van de jaren tachtig. Engagement, dadendrang, optimisme, vindingrijkheid en ook geldgebrek zijn de kenmerken. De Istanbul Biënnale zal zeker hebben bijgedragen aan dit nieuwe elan maar het komt vooral door de sterke economische en culturele schakelpositie die Istanbul inneemt tussen Oost en West nu het hele Midden-Oosten in problemen verkeert. Dat trekt veel ondernemende types aan, ook kunstenaars. Het internationaal bekende Platform Garanti, waar het Fonds BKVB een residentie beheert, zweeft overigens ergens in de stratosfeer en maakt niet echt deel uit van het Istanbulse kunstleven on streetlevel. Een tiental Istanbulse kunstinitiatieven heeft zich onlangs gepresenteerd op de Kunstvlaai in Amsterdam. Ter voorbereiding van hun presentatie zijn ze door de Nederlandse Kiki Asselbergs voor het eerst met elkaar in overleg gebracht. Daaruit volgt weer nieuwe dynamiek en hopelijk ook meer uitwisseling met Nederlandse kunstenaars.
x
De tweede tentoonstelling hield ik samen met twee kunstenaars uit Istanbul en Praag bij een galerie in een heel ander deel van de stad, aan de Bosporus nabij een jachthaven. Hier geen lange regenjassen maar Italiaanse rokjes en echte Vuitton tassen. We lieten video’s zien en digitale prints. Voor het publiek dat aan schilderijen is gewend, was het even schrikken maar het werk werd toch met aandacht bekeken en ook gekocht. De galeriehoudster was trots op haar eerste echt “contemporary” show en nu vastbesloten om in deze richting verder te gaan.
x
Wat voelde ik me goed! Video’s tussen de regenjassen, prints verkocht bij de Bosporus, een zwerfbeeld voor de TRT. Ik hoorde bij de stad! Tot op zekere hoogte dan, want toen ik op bezoek bij een bevriende curator voorstelde om de Vrouwenmoskee die ik een paar jaar geleden voor de Balie in Amsterdam heb gemaakt, ook in Istanbul uit te voeren, was de reactie dat een Turkse kunstenaar zoiets wel zou kunnen uithalen maar dat het van een Nederlander vanwege de film Fitna niet zou worden gepikt.
Ook mijn plan om de 1 mei demonstratie bij het Taksimplein te gaan filmen, werd me van alle kanten met kracht ontraden. Vanwege het ongeremde politiegeweld en het wantrouwen van de demonstranten, maar vooral omdat ik niet zou weten hoe te ontsnappen. Je hoort immers pas echt bij een stad als je de vluchtwegen kent.
x
Jerome Symons, mei 2008